Een vrachtauto voor de deur

Hoe snel de wereld er weer totaal anders kan uitzien, bleek toen we terugkwamen uit Marrakech.
Tijdens de terugvlucht maakten we een planning op hoofdlijnen.
We wilden dit niet overhaasten zodat ook onze kinderen aan het idee konden wennen.
Uiteindelijk hield het trouwen voor hun vooral in dat we samen zouden gaan wonen in Sevenum en Wen en ik beseften héél goed wat dit voor onze kinderen betekende.
Voor zowel degenen die moesten verhuizen, als ook voor degenen waarvan de rustige, vanzelfsprekende thuissituatie volledig veranderde.
Onze keuze uit liefde voor elkaar had enorme consequenties voor hun. We beseften dat en hadden gelukkig de kracht er volledig voor te gaan.
Ook vanuit het diepe vertrouwen dat we er uiteindelijk allemaal beter van zouden worden.
Meer rust, structuur en aandacht voor elkaar.
Maar goed, het was wel een enorme verandering en deze verandering zouden we stap voor stap samen aangaan. Intuïtief wetende dat hoe steviger en rustiger wij hierin zouden staan, hoe soepeler het voor onze kinderen zou gaan.

Onze trouwdatum planden we op 10 mei 2013, we wilden een groot feest geven op Toverland én samen met onze 5 kinderen en hun vriendjes/ vriendinnen op huwelijksreis gaan naar Turkije….. als ze meewilden natuurlijk.
Gelijk toen we thuiskwamen vertelden we onze kinderen één voor één dat we gingen trouwen.
Op deze manier konden we goed zien en voelen wat het met ieder kind deed en daar zo nodig gepaste aandacht/ begeleiding aan geven.
Hun reacties waren prachtig.
Emotioneel en tegelijkertijd heel volwassen: ze gunden het ons.
En dat ze mee mochten op huwelijksreis met hun partner, was natuurlijk een super mooi vooruitzicht dat toch een beetje fungeerde als pleister op de wonde.
Dat verdienden ze ook, vonden Wen en ik.

“Ik kreeg mijn koffer niet uitgepakt!”

Nadat we ons trouwnieuws verteld hadden aan ons gezin en de directe familie gingen we ieder naar ons eigen huis.
De draad van het gewone leven moest weer opgepakt worden.
Voor mij betekende dat: mijn koffer uitpakken.
Het lukte me niet.
Ik kreeg mijn koffer niet uitgepakt!
Ik zat op de rand van het bed, keek naar de geopende koffer vol vakantiekleding alsof het een voorwerp van Mars was.
Deze handeling waar ik normaal gesproken mijn hand niet voor omdraaide was als een gigantisch hoge berg die ik op moest klimmen. Wat moest ik hiermee?
Ik wist gewoon niet waar te beginnen. Wat een klus. Lieve hemel!
Ik keek naar mezelf in de spiegel en wist dat er iets niet klopte.
Ik weet niet hoe lang ik daar gezeten heb, ik weet wel dat ik besefte dat dit totaal niet Caroline was, dat er iets echt niet klopte!
En langzaam sijpelde het door in mijn brein: “het is niet goed met me! Nu ben ik dus zó moe dat ik zoiets eenvoudigs als een koffer uitpakken niet meer overzie”.
Dat koffer heeft een kleine week op mijn slaapkamer gestaan.
Zo vaak dacht ik: nu lukt het me wel.
Maar telkens als ik er naar keek besprong me hetzelfde gevoel van paniek: wat véél, waar moet ik in vredesnaam beginnen? Ik kreeg me er niet toe gebracht, met de beste wil van de wereld niet.

Diezelfde week werd ik midden in de nacht wakker van een zware vrachtauto die stationair draaide voor ons huis. Brrrrrrrbrrrrrrrrrrbrrrrrrrrrr……..
Ik dacht nog: “wat een vreemde tijd”, maar viel weer in slaap.
Een half uurtje later werd ik weer wakker en de vrachtwagen stond er nog steeds. Brrrrrrbrrrrrrrbrrrrrrrrr……..hé hé, wat gek dat hij er nog steeds staat!
En opeens realiseerde  ik me dat dit geluid niet van buiten kwam. Het kwam van binnen!
En niet van binnen in ons huis. Het zat binnen in mij!
Het geluid zat in mijn oren!
Ik schrok en dacht : holy chips, wat is dit?
Gek genoeg viel ik weer in slaap.
Toen ik ’s morgens weer wakker werd, was het brommen in mijn oren gelukkig weg maar had het plaats gemaakt voor suizen. Fieieieieieieieieieie…….
En nu was ik wakker genoeg om onder ogen te zien dat dit ook geen goed teken was!
En heel langzaam begon tot me door te dringen dat ik toch wel heel moe was.
Dat mijn koffer niet kunnen uitpakken en het vervelende, voortdurende  oorsuizen signalen waren die ik serieus moest nemen.
Dat ik echt dingen anders moest gaan doen.
En hortend en stotend kreeg ik het over mijn lippen: ik ben een beetje oververmoeid.
Een beetje……..
Méér kon en wilde ik er echt niet van maken.
Een beetje valt nog wel mee en is ook weer snel “over”, was mijn naïeve gedachte.
“Als ik een paar weken rustig aan doe, komt het wel weer goed met mij.”
Terugkijkende was dat echt een top staaltje wishfull thinking van de bovenste plank.
Een struisvogel met de kop in het zand is er niets tegen.
Het moge duidelijk zijn: ik had nog een lange weg te gaan!

Vorige bericht

Plaats een reactie