Sweet Caroline

Ik zag haarscherp voor me wat ik moest doen.
‘s Morgens had ik een vergadering met het vaste team van Toverland. Die liet ik doorgaan. Zonder aan iemand te vertellen welke klachten ik had, leidde ik de vergadering. Daarin zaten een paar belangrijke boodschappen verpakt waarmee ik mijn collega’s de richting aangaf waarin ze moesten blijven werken.
Na de vergadering maakte ik een afspraak met de huisarts en informeerde ik mijn secretaresse. Zij schrok van mijn klachten, wilde me naar de huisarts brengen maar ik stelde haar gerust: ik had niks aan mijn hart; ik had een burn-out.
Zij begreep er niks van, moest zij nou naar me luisteren of gewoon doorduwen en me brengen? Ik kan behoorlijk stellig zijn, dus ik ging zelf naar de huisarts.
Mijn eigen huisarts was op vakantie en een vervangend arts hoorde mijn klachten en zelf gestelde diagnose aan. Die man was boos op mij. Zó boos.
Prachtig, betrokken boos.
Hij controleerde mijn bloeddruk en mijn hartslag.
Hij zei dat ik het hebben van een burn-out zwaar onderschatte. Dat die druk op de borst in combinatie met mijn leeftijd en de zwaarte van mijn functie een bloedlinke combi was.
Ik ervoer zijn ongerustheid en door zijn schrik en emotie begreep ik pas voor de eerste keer de échte essentie en de zwaarte van een burn-out (er zouden trouwens nog vele malen volgen…..).
Hij belde in mijn aanwezigheid de afdeling cardiologie van het ziekenhuis en vroeg hen mij met spoed te ontvangen. Ik hoorde het aan en ondanks zijn overduidelijke bezorgdheid bleef ik heel kalm.
Ik reed zelf naar het ziekenhuis en belde Wen vanuit de auto. Hij had gelukkig nog vakantie en we kwamen tegelijk aan bij het ziekenhuis. Daar wachtten ze al op me.
De ene minuut reed ik nog zelf auto, de volgende minuut moest ik in een rolstoel zitten en duwde een verpleegster me naar de afdeling cardiologie
Ik sputterde tegen, ik kon echt wel zelf lopen!
In het ziekenhuis maakten ze korte metten met deze bravoure.
Binnen een paar minuten lag ik aan de hartbewaking en werden hele procedures opgevolgd.
Ik kreeg een glaasje water en merkte op dat ik weer kon drinken.

“Ik had het licht gezien. Ik wist wat me te doen stond.”

De boterham die ik ‘s middags ook kreeg liet ik onaangeroerd liggen, ik wist intuïtief dat eten nog niet ging. De druk op mijn borst was nog duidelijk aanwezig maar niet meer zo zwaar als ‘s morgens.
De hele middag en avond lag ik aan de hartbewaking, en werden er allerlei onderzoeken gedaan met mijn bloed.
‘s Avonds rond 19.00 uur kwam de assistent cardioloog naar ons toe.
We hebben goed en slecht nieuws, zei ze.
“Het goede nieuws is dat uw bloedwaarden goed zijn, uw bloeddruk is goed en ook de ontstekingswaarden zijn goed. Alles wat we maar hebben kunnen meten is goed.
Het slechte nieuws is dat u zorgwekkende klachten heeft. Dit in combinatie met uw leeftijd baart ons zorgen, dus u kunt niet naar huis. Er is iets niet goed met u.
Maar wat?”
Ik weet nog bijna woordelijk wat ik toen zei:
“Er is inderdaad iets niet goed met mij. Ik heb een burn-out.
En ik weet héél goed wat me te doen staat. U kunt me gerust naar huis laten gaan”.
Haar reactie herinner ik me nóg beter:
“U??? Een burn-out???
Wat u heeft is echt niet psychisch hoor, u maakt zo’n stabiele indruk.
U heeft bloedserieuze lichamelijke klachten”.
Waarop ik weer zei:
“U heeft gelijk, ik heb serieuze lichamelijke klachten. Maar die wijzen in mijn geval niet op een hartaanval. Die wijzen op iets anders. Eindelijk zie ik onder ogen wat ik al maanden aan het wegduwen ben. Ik heb een burn-out.
Ik voel intuïtief dat daar de oorzaak van mijn klachten ligt.
Ik krijg geen hartaanval. U kunt me écht naar huis laten gaan”.
Ze keek me weifelend aan. Na even nadenken zei ze dat ze met de cardioloog ging overleggen.
In de tussentijd kreeg ik een kop soep en die smaakte me echt goed.
De druk op mijn borst nam geleidelijk af.
Wen en ik wachten geduldig op de cardioloog. Ik vanuit het “diepe weten” wat er met me aan de hand was.
Wen vanuit zijn onwrikbare vertrouwen in mij.

Een half uur later kwam de assistent cardioloog terug.
Ze hadden samen overlegd en de cardioloog had besloten dat ik naar huis mocht gaan. Mijn verklaring klonk ook voor de cardioloog plausibel en paste bij het beeld van wat de onderzoeken uitwezen.
Ik kreeg het dringende advies om de burn-out zeer serieus te nemen en te doen wat nodig was.
Ik beloofde dat met volle overtuiging.
Nu terugkijkende denk ik: “Lieve hemel, Caroline. Je hebt maanden met vuur gespeeld!”
Mooie metafoor trouwens…. met vuur spelen en dan opgebrand raken.
Wat dacht ik? Dat ik Superwoman was?
Dat bagatelliseren van al mijn klachten had me aan de hartbewaking gebracht.
Veel verder kon ik niet gaan.
Het opende me wel op brute wijze de ogen. Ik had het licht gezien!
Ik wist wat me te doen stond.
Eindelijk was ik zover om niet te vluchten in allerlei excuses en gebagatelliseer.
Eindelijk pakte ik volledige verantwoordelijkheid.
Ik zag haarscherp dat ik me hier helemaal zelf in had ingebrokt en dat er maar eentje was die zich hier weer uit kon “brokken”: ikzelf! Sweet Caroline!

Vorige bericht

Plaats een reactie